De krantenkoppen zijn spectaculair: 2.435 in beslag genomen containers, 800 miljoen euro aan belastingschade, aanhoudingen in vier landen. Met Operatie Calypso heeft het Europees Openbaar Ministerie (EOM) een van de grootste klappen uitgedeeld aan georganiseerde douane- en belastingfraude in de geschiedenis van de EU. Centraal staat een systeem dat volgens de aanklagers wordt bestuurd door Chinese netwerken en dat al jarenlang op grote schaal invoerrechten en btw ontwijkt.
Maar achter de indrukwekkende cijfers en beelden van in beslag genomen e-bikes en textiel schuilen complexe juridische vragen – met name voor bedrijven, transporteurs en importeurs die plotseling in het vizier van onderzoekers zijn gekomen. Als strafverdediger met een specialisatie in belastingstrafrecht en als commentator op het werk van het Europees Openbaar Ministerie zie ik in deze zaak niet alleen een voorbeeld van effectieve strafvervolging, maar ook een waarschuwing voor iedereen die actief is in de internationale handel. Vooral de vermogensconfiscatie – een instrument dat in dergelijke gevallen vaak rigoureus wordt ingezet – brengt aanzienlijke risico’s met zich mee, maar biedt ook verdedigingsmogelijkheden.










