Het begint zelden dramatisch. Een brief van de duitse belastingrecherche, een onaangekondigd bezoek aan de bedrijfsruimten, een telefoontje van de belastingadviseur die niet langer alleen over naheffingen wil praten – en plotseling staat niet meer alleen geld op het spel, maar de vraag naar opzet, gevangenisstraf en beslag op vermogen. Wie als ondernemer, vrije beroepsbeoefenaar of vermogensbezitter in deze procedure terechtkomt, ervaart een breuk: uit de verhouding tussen burger en belastingdienst wordt een strafzaak, waarin de recherche met de bevoegdheden van de politie onderzoek doet.
Als duitse advocaat-specialist in het strafrecht verdedig ik al jaren in belastingstrafzaken – van de doorzoeking via het vermogensbeslag tot de terechtzitting en haar economische gevolgen – en kon ik daarbij voor mijn cliënten regelmatig seponeringen, beëindigingen van de procedure en gematigde uitkomsten bereiken. Tegelijk ben ik als auteur actief en heb ik onder meer artikelen geschreven over de inning in de belastingstrafzaak en over de vraag wanneer de ontdoken belasting überhaupt als „verkregen iets” kan worden afgeroomd. Verdere onderwerpen van mijn publicaties zijn de strafbare medeplichtigheid door neutrale, beroepstypische werkzaamheden van belastingadviseurs en boekhouders alsook de aansprakelijkheid van de belastingadviseur voor een in het kader van een sepot volgens § 153a StPO betaalde geldelijke voorwaarde.










