Een groot stadstheater in Zuid-Duitsland, een internationaal opererende ransomware‑bende en een strafproces waarin de rechter zich ineens moet buigen over heimelijke losgeldonderhandelingen, darknet‑chats en onduidelijke geldstromen – het klinkt eerder als een filmscript dan als een gewone zittingswoche.
Juist dat maakt deze zaak zo interessant: een publieke instelling moet onder ede uitleggen hoe zij tijdens een acute digitale afpersingssituatie operationeel is gebleven, terwijl tegelijkertijd zichtbaar wordt welke rol gespecialiseerde cybercrime‑officieren van justitie, externe IT‑dienstverleners en mogelijke losgeldbetalingen in de praktijk spelen. Daarmee biedt de procedure een zeldzaam venster op een markt die normaal in de schaduw opereert, en wordt zij een casestudy over hoe nauw technische, juridische en politieke vragen met elkaar verweven raken zodra ransomware toeslaat.










